De afgelopen jaren zijn wij als gemeenteraadsfractie herhaaldelijk geconfronteerd met ophef vanuit de samenleving over verleende bouwvergunningen, die als een aantasting van welstandsnormen worden ervaren. Vandaar een aantal voorstellen.
In januari hebben fractiegenoot Nico Mol en ondergetekende hierover schriftelijke vragen gesteld, ook nadat het voor onszelf moeilijk bleek om contact te krijgen met de welstandscommissie. Half februari ontvingen wij de antwoorden. Die stelden ons teleur. Ik kondigde destijds in de Nieuwsbrief aan dat we er nog niet klaar mee waren. We hebben meerdere keren over dit onderwerp gesproken in de PvdA werkgroep Ruimtelijke Ordening en binnen de fractie.
Goed ruimtelijk beleid is belangrijk voor een stad. Als we alles toestaan en toelaten, krijgen we een rommeltje. Daarom heeft de overheid ooit bedacht om ruimtelijk beleid vast te stellen, waarin precies afgesproken is waar we kunnen wonen, werken, leven en recreëren. Ofwel, welke ‘bestemming’ een plek precies krijgt. Naast dit bestemmingsplan is ook vastgesteld of een bouwplan architectonisch past in een omgeving. Hiervoor stelt de gemeente criteria vast in de zogenoemde welstandsnota. De komende maanden zal dit welstandsbeleid geëvalueerd worden en besproken worden in de gemeenteraad.
Op hoofdlijnen ziet ons ruimtelijk beleid er eigenlijk best goed uit. Het is een duidelijke visie met daarin beschreven wat we waar in de stad willen. Ook zijn de bestemmingsplannen over het algemeen actueel en juist. Hooguit zijn de laatste jaren wat rare nevenbestemmingen toegevoegd. Tot slot is ook de welstandsnota duidelijk en herkenbaar; zowel voor professionals als voor inwoners. Nadeel is wel dat deze nota weinig bekend is bij de meeste inwoners van Enschede; bovendien bestaat de indruk dat de welstandscommissie in zijn huidige vorm en doelstelling zijn langste tijd gehad heeft. Toch wordt ruimtelijk beleid en welstandsbeleid nog vaak verward. Zowel bestuurlijk als door de buitenwereld.
Zo is in de eerste plaats welstandsbeleid iets anders dan de welstandscommissie; die laatste toetst namelijk het beleid. Daarnaast checkt welstand alleen de buitenkant van iets. Hoe hoog, diep en breed een gebouw mag zijn, wordt bepaald in het bestemmingsplan. Dit is een kwetsbaar punt, omdat het vaak spanning veroorzaakt tussen gedetailleerde bestemmingsplannen – met name bouwvolume en bouwhoogte – en het welstandsbeleid zelf. Waar dit conflicteert, overwint het bestemmingsplan.
Maar soms is dat niet wat we willen en ook niet wat we denken dat vastgesteld is! Vaak wordt dan de welstandscommissie beschuldigd van wanbeleid, terwijl in feite het bestemmingsplan toestaat dat iets mag. Het is daarom belangrijk om ons ervan bewust te zijn dat het bestemmingsplan juridisch zwaarwegender is dan een welstandsadvies. Dit betreft de eigen bevoegdheid van gemeenteraad, omdat de raad, en niemand anders, volgens de wet verantwoordelijk is voor het vaststellen hiervan.
Naar aanleiding van de onduidelijkheid en de gevoerde discussies doet de fractie een drietal voorstellen om het ruimtelijk beleid te verbeteren.
Het eerste voorstel is om het benoemen van beschermde stadsgezichten mogelijk te maken, een standpunt waar fractiegenoot Nico Mol ook al over schreef in de nieuwsbrief van 23 september. We willen voor een aantal karakteristieke plekken in de stad – in het bijzonder in de binnenstad en in schilwijken – beschermde stadsgezichten invoeren. Dit betekent niet dat de gebouwen zelf te allen tijde moeten blijven staan, maar wel dat de ruimtelijke herkenbaarheid blijft zoals hij is.
Tweede voorstel is om een slag te maken in het ‘opschonen’ van bestemmingen die niet meer passen bij de huidige tijd. Dus geen overmatige detailhandelsbestemmingen meer, zeker als het niet meer als detailhandel gebruikt wordt. En waar beperkte horecabestemmingen gelden, moeten ook beperkte en eventueel zelfs tijdelijke vergunningen worden afgegeven. Uitzondering kunnen zijn de vele kantoortjes aan huis, waarin zzp’ers werkzaam zijn. Maar voor de grootschaliger bestemmingen is het tijd om deze op te schonen.
Ons derde voorstel is om de welstandscommissie zoals we die momenteel kennen, af te schaffen. In plaats daarvan lijkt het ons beter een kleine toegankelijke groep mensen aan te stellen die Enschede kent en die in Enschede gekend wordt. Deze groep behandelt de standaard welstandsvragen, maar geeft even zo vaak advies en voorlichting. Aanvullend komt er dan, ook om te voldoen aan de wettelijke eisen, een ‘Stadsbouwmeester’.
Deze is bekend met de Enschedese historie en cultuur, en kan met gezag optreden. Deze stadsbouwmeester is betrokken bij grotere projecten, in bijzondere gebieden en is ook de persoon om algemene ontwikkelingen op wijk- en buurtniveau te bewaken en waar nodig aan te jagen. Een transformatie van een vooral controlerende welstandscommissie naar een meer adviserend en stimulerend orgaan dat ruimtelijke ontwikkeling toetst of zelfs aanmoedigt, past volgens ons beter bij de huidige tijd.
Wij willen met deze voorstellen een bijdrage leveren aan verbetering van het ruimtelijk en welstandsbeleid in de stad. Ze kunnen worden meegenomen bij de aanstaande evaluatie van het welstandsbeleid en de verdere discussie. Die gaan wij graag aan.